Genealogie familie Van de(r) Tonnekreek
Voorna(a)m(en):  Familienaam: 
[Geavanceerd zoeken]  [Familienamen]

Aantekeningen


Treffers 51 t/m 100 van 1,075

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 22» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
51 Aren ontving gedurende 52 weken 1 gulden en extra fl. 8:1:4. Totaal fl. 60:1:4. De diaconie van Den Bommel betaalde dit terug. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
52 Aren ontving gedurende 53 weken 1 gulden en daarnaast kreeg hij 10 tonnen turf van 18 stuivers en 2 penningen. Totaal fl. 62:1:4. De diaconie van Den Bommel betaalde dit terug. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
53 Aren ontving geudrende 52 weken een gulden en extra 12 gulden en 12 penningen en nog meer extra tot een totaal van fl. 72:2:-. De diaconie van Den Bommel betaalde dit terug. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
54 Aren verkoopt zijn aandeel van 1/24 deel in de Oudelandse meestoof in Oude-Tonge en 1/48 in de erven en gevolgen vandien voor een contant bedrag van fl. 225,- aan zijn zwager Leendert Willemszoon Braber. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
55 Aren verkoopt zijn huis aan de Voorstraat (hoek Kerkring) in Middelharnis aan Aren Janszoon de Waard. De Waard neemt de hypotheek ten gunste van de predikant Michal Kerwal Hannot van 500 gulden over en betaalt daarnaast een bedrag van 450 gulden (in delen, t.w. 200 cash en 250 in een hypotheek).
Ook nu weer legt Aren toe bij de verkoop van zijn huis. Hij kocht het 5 jaar geleden voor 1021 gulden (excl. kosten) en verkoopt het nu voor 950 gulden. Daarnaast moet hij blijkbaar ook nog toestemmen in het gezamenlijk betalen van de overdrachtskosten. 
van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
56 Aren verstrekt een lening van 800 Carolus guldens tegen drie gulden 10 stuivers per 100, dus 3,5% jaarlijks aan Maria van Dooremaal, de weduwe van Michiel van der Vorst.
Als onderpand dient 7 gemeten, 15 roeden en 10 voeten land, gelegen in den Magdalenapolder. 
van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
57 Aren woonde op de Voorstraat en kreeg opdracht om de goot 'door te doen' op straffe van een boete van 30 stuivers. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
58 Arend (volgens het stamboek: Aren) wordt op 4 mei 1839 opgenomen in het 9e regiment infanterie voor een periode van vijf jaren onder stamboeknummer 27937.
Hij meet bij aankomst bij het Korps 1 el, 5 palmen, 9 duimen en 6 strepen, ofwel 1,596 meter.
Zijn signalement luidt: ovaal aangezicht, laag voorhoofd, blauwe ogen, grote neus en mond, ordinaire kin, lichtbruin haar en wenkbrauwen. Er zijn geen merkbare tekenen.

Op 16 november 1843 wordt Arend als gevolg van het opheffen van het 9e Regiment overgeplaatst naar het 8e Regiment Infanterie, nog steeds als soldaat (e.e.a. ingevolge autorisatie van het DvO van 17 october 1843, no 18 B)

Op 29 juni 1841 wordt hij met onbepaald verlof gestuurd. Zijn actieve dienstperiode bedroeg dus ongeveer twee jaar.

En op 10 Maart 1844 met paspoort, wegens expiratie van dienst, bij personele optreden ingevolge art: DvO pers den 15 februari 1844, Nr 40B.
 
van de Tonnekreek, Arend (I16)
 
59 Arend heeft in 1892 lotnummer 3 getrokken voor het jaar 1893. Hij is uit hoofde van ziekelijke gesteldheid of gebreken (no 190 van het regelement van het geneeskundig onderzoek) van de dienst vrijgesteld. van Noord, Arend (I157)
 
60 Arend is met attestatie vertrokken uit Den Bommel op 18 april 1775. van de Tonnekreek, Aren (I20)
 
61 Arend komt voor op de lijst van bedeling van 1871 voor een miniem bedag: 1,- van de Tonnekreek, Arend (I16)
 
62 Arend komt voor op een lijst van de bedeling in 1898 voor het hoogste bedrag in dat jaar: 130,- van de Tonnekreek, Arend (I16)
 
63 Arend was landbouwer en Johanna was zonder beroep.
Getuigen: Cornelis van Vliet, 31 jr, arbeider en Jan Adrianus Schipper, 26 jr, kleermaker. 
van Noord, Arend (I157)
 
64 Arend was landbouwer en Johanna zonder beroep.
Getuigen: Jan Adrianus Schipper, 28 jr, kleermaker en Cristo (?) Fieleman, 55jr, smid. 
van Noord, Arend (I157)
 
65 Arend was landbouwer en woonde in Nieuwe-Tonge. Johanna was zonder beroep en woonde in Oude-Tonge.
Tijdens het huwelijk was Johanna al twee maanden zwanger.
In de hwelijkse bijlagen wordt Arend genoemd als kantoorbediende.

Getuigen tijdens het huwelijk:
Johannis Boudewijn van der Vliet, 31jr, schipper, broeder bruid,
Mattheus Kanters gebrandszoon, 44jr, commissionair,
Ewoud Kanters, 42 jr, grutter,
Pieter van Schelven, 39 jr, korenmolenaar 
van Noord, Arend (I157)
 
66 Arend woonde op dat moment met zijn moeder (inmiddels weduwe), broertje en zusjes op de Kranendijk in Den Bommel. Arend en Maatje gaan wonen op de Bommelschendijk 143. van de Tonnekreek, Arend (I16)
 
67 Arendje was al zwanger.
Getuigen: Leendert Wiegel, 24j. arbeider (broer echtgenote), Adrianus Abrisch, 38j. smid, Gijsbert Joost Nagtegaal, 28j. broodbakker en D.... Dalen, 22j. kleermaker. Allen uit Melissant. 
van't Geloof, Arie (I93)
 
68 Arie is in dienst aangenomen te Willemsoord (Den Helder) als stoker 2e klasse voor de tijd van 5 jaar.
Zijn signalement bij aanname luidde:
1m73, rond aangezicht, grijze ogen, gewone neus, voorhoofd en mond, ronde kin, donkerblond haar en wenkbrauwen.
Plaatsingen:
28 juni 1915: Hr.Ms. Van Speijk
28 september 1915: Hr.Ms. Noordbrabant
20 maart 1916: Hr.Ms. Holland
4 november 1916: Hr.Ms. Heemskerk
Op 31 oktober 1918 werd hij bevorderd tot stoker 1ste klasse.
Op 1 april 1919 werd hij geplaatst op het instructieschip Van Speyck
Op 16 april 1919 werd hij op eigen verzoek eervol ontslagen.
Op 28 juni 1920 werd hij ontslagen uit de Zeedienst wegens diensteindiging met een ontslagbrief met de term "eervol".
 
van der Tonnekreek, Arie (I333)
 
69 Arie kreeg bij loting Bennebroek lot 14. Voorkeur voor zeemilitie, tweede infanterie in Amsterdam. Hij werd geschikt geacht voor Infanterie/Veldartillerie; 10e reg.
28 Juni 1915 werd hij ingelijfd bij Zeemacht.
28 Juni 1920 vrijwillige ontslagen uit 's Rijks Zeedienst.
1 juli 1925 als vrijwillige milicien bij 10e regiment Infanterie.
1 okt 1936 ontslag ivm diensteindiging.
 
van der Tonnekreek, Arie (I333)
 
70 Arie pleegt een diefstal en wordt op last van de Commandant van Politie van Den Haag in voorarrest geplaatst op 26 juli 1891. Dit besluit wordt door de Arr. Rechtbank op 31 juli 1891 bekrachtigd.

Naar aanleiding van het vonnis van de Rechtbank op 21 augustus wordt Arij op 5 sept 1891 overgeplaatst naar de Strafgevangenis.

Arij is arbeider en zonder vaste woonplaats en heeft het volgende signalement:
Lengte 1m70, blond haar en wenkbrauwen, laag voorhoofd, blauwe ogen, spitse neus, gewone mond, ronde kin, draagt een knevel, een spits aangezicht, gezonde kleur.
Bij bijzondere tekenen staat vermeld: i"aan het rechteroog"/i 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
71 Arie staat op 14 dec 1891 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij. Arie is nu tuinman (?) zonder vaste verblijfplaats.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter P.F. Lelyveld dd 8 december 1891.
De officier van Jusititie eist 1 dag hechtenis, vergoeding van de kosten en na het einde van de straf overbrenging naar een Rijkswerkinrichting.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 7 december 1891 ongeveer om 2 uur namiddags op het Plein in het openbaar aan een voorbijganger een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroodeelt Arij op 14 december 1891 tot een hechtenis van 1 dag en de proceskosten f 1,20. Als hij niet betaalt, dan 1 dag extra hechtenis.
Bovendien verdoordeelt hij hem tot een plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor de tijd van n jaar en 4 maanden. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
72 Arie staat op 21 aug 1891 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag, maar nu voor diefstal. Arie is arbeider.

De officier van Jusititie eist vier maanden gevangenisstraf (ivm herhaling diefstal) en vergoeding van de kosten.

Arie heeft op 25 juli 1891 2 blikken oliekannen weggenomen van de Oosterkade te Rotterdam, de aanlegplaats van de Middelburgsche boot. Vervolgens heeft hij de kannen meegenomen naar Den Haag en daar iemand ingeschakeld om de kannen voor hem te verkopen in de winkel van P.F. de Jager. Zelf is hij in de deuropening blijven staan. De kannen werden gekocht door De Jager voor f 0,40 van de onbekende, terwijl Arij bij de deur bleef staan en de onbekende toeriep: "Heb ik je niet gezegd, dat ze niets waard zijn?" De onbekende droeg de verkoopprijs van f 0,40 aan Arie over en kreeg vervolgens f 0,10 voor zijn moeite. Arie heeft zich vervolgens zelf bij de politie aangegeven.

De rechter kwalificeert het misdrijf als diefstal en gezien de herhaling van dit vergrijp binnen vijf jaar nadat de vorige gevangenissstraf over diefstal werd uitgesproken komt hij met een zwaardere straf. Kreeg Arie in juli nog 1 maand, nu krijgt hij 3 maanden en de kosten voor de zitting (anders drie dagen extra zitten).
En over de 6 weken voorarrest wordt niet gesproken, die krijgt Arij er extra bij... 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
73 Arie staat op 21 juni 1888 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij. Arie is arbeider.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter Anthonius Hendrikus Jerphomin dd 16 juni 1888.
De officier van Jusititie eist 5 dagen hechtenis, vergoeding van de kosten en een overplaatsing voor ten hoogste drie jaar naar een Rijkswerkinrichting.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 16 juni 1888 ongeveer om 8 uur des namiddags in de Wagenstraat, zijnde een openbare straat in 's Gravenhage, een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroordeelt Arij op 21 juni 1888 tot een hechtenis van 5 dagen en de proceskosten f 1,20. Als hij niet betaalt, dan 2 dagen extra hechtenis.
Daarnaast veroordeelt hij Arij bovendien tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor de tijd van negen maanden. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
74 Arie staat op 24 juni 1887 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter D. Schuite dd 21 juni 1887.
De officier van Jusititie eist 5 dagen hechtenis en vergoeding van de kosten.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 21 juni 1887 ongeveer om 5 uur 's middags op de Kapelsbrug, zijnde een openbare straat in 's Gravenhage, aan een persoon een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroodeelt Arij tot een hechtenis van 5 dagen en de proceskosten f 1,20. Als hij niet betaalt, dan 2 dagen extra hechtenis. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
75 Arie staat op 26 augustus 1887 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter J. Verolme dd 22 augustus 1887.
De officier van Jusititie eist 5 dagen hechtenis en vergoeding van de kosten.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 22 augustus 1887 ongeveer om 7,5 uur 's middags op het Plein, zijnde een openbare straat in 's Gravenhage, aan voorbijgangers een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroodeelt Arij tot een hechtenis van 5 dagen en de proceskosten f 1,50. Als hij niet betaalt, dan 2 dagen extra hechtenis. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
76 Arie staat op 28 sept 1893 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij. Arie is nu arbeider zonder vaste woonplaats.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter L. Jungst dd 22 september 1893.
De officier van Jusititie eist 1 dag hechtenis, vergoeding van de kosten en na het einde van de straf overbrenging naar een Rijkswerkinrichting.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 22 september 1893 ongeveer om 1 uur namiddags aan de Nieuwe Haven in het openbaar een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroordeelt Arij op 28 september 1893 tot een hechtenis van 1 dag en de proceskosten f 1,45. Als hij niet betaalt, dan 1 dag extra hechtenis.
Bovendien verdoordeelt hij hem tot een plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor de tijd van drie jaar.

Arij tekent bezwaar aan en op 27 nov 1893 wordt dit behandeld door de Hoge Raad. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
77 Arie staat op 3 juli 1891 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag, maar nu voor diefstal. Arie's beroep wordt niet genoemd.

De officier van Jusititie eist een maand gevangenisstraf en vergoeding van de kosten.

Arie heeft in de nacht van 12 op 13 juni twee stoelen weggenomen van de tent van Karel Willeke in het Haagsche Bosch. Er zijn twee getuigen, die Arie met die stoelen over de Korte Poten heeft zien lopen. Hij beweerde toen, dat die stoelen van hem waren.
Op de rechtzitting beweerde Arie, dat hij deze diefstal slechts heeft gepleegd met het doel om op deze wijze in de gevangenis terecht te komen, omdat hij geen huisvesting heeft. De rechter vindt dat echter onwaarschijnlijk en kwalificeert het misdrijf als diefstal.

Vonnis: n maand gevangenisstraf minus de tijd, die Arie al in voorarrest heeft gezeten. Bij toeval ook n maand, dus netto kon Arie gelijk vertrekken. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
78 Arie staat op 5 juni 1888 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij. Arie is zonder beroep.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter Anton Peter Versteeg dd 3 juni 1888.
De officier van Jusititie eist 5 dagen hechtenis en vergoeding van de kosten.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 3 juni 1888 ongeveer om 9 3/4 uur des voormiddags in de Wagenstraat, zijnde een openbare straat in 's Gravenhage, een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroodeelt Arij op 7 juni 1888 tot een hechtenis van 5 dagen en de proceskosten f 1,20. Als hij niet betaalt, dan 2 dagen extra hechtenis. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
79 Arie staat op 6 nov 1890 weer voor de arrondissements rechtbank in Den Haag voor bedelarij. Arie is arbeider.

Men hanteert een ambtseedig proces-verbaal van de agent van polite en gemeenteveldwachter B. Oldenzeel dd 29 oktober 1890.
De officier van Jusititie eist 5 dagen hechtenis, vergoeding van de kosten en na het einde van de straf overbrenging naar een Rijkswerkinrichting.

Arij heeft volgens het procesverbaal op 29 october 1890 ongeveer om 2 uur namiddags in het Lange Voorhout in het openbaar aan voorbijgangers een aalmoes gevraagd. Arij heeft bekend.

De rechter veroodeelt Arij op 6 november 1890 tot een hechtenis van 5 dagen en de proceskosten f 1,20. Als hij niet betaalt, dan 1 dagen extra hechtenis.
Bovendien verdoordeelt hij hem tot een plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor de tijd van 6 maanden. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
80 Arie staat weer voor de Haagse Rechtbank voor diefstal. Hij is nu arbeider zonder vaste woonplaats.

Arie heeft in de nacht van 10 op 11 mei weer 2 stoelen weggenomen van de tent van Klaas Willeke in het Haagse Bos, net als twee jaar geleden.
De getuige, ene Veenendaal, heeft hem met de twee stoelen aangehouden op het Plein. Daarbij verklaarde Arie, dat de stoelen van hem waren.
Later, in de rechtzaal, verklaarde hij echter, dat hij de twee stoelen alleen had weggenomen om op deze wijze in de gevangenis te komen, omdat hij zonder werk en zonder middelen van bestaan was en zich geen raad meer wist.
Wederom komt een dergelijke reden de rechter onaannemelijk voor en ziet dat dus ook niet als een verzachtende omstandigheid.
sterker nog, het feit, dat er nog geen 5 jaar zijn verstreken sinds de laatste diefstal geldt als een verzwarende omstandigheid.

Arie krijgt nu 4 maanden gevangenis straf met aftrek van 1 maand voorarrest, dus drie maanden.

Onbegrijpelijk. Hij heeft in april nog fl. 100,- onderstand ontvangen.... Waar blijft hij steeds met dat geld? 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
81 Arie was arbeider en beiden woonden in Den Haag. van den Hoogenband, Arie (I470)
 
82 Arie werd samen met Franciscus Josephus van Dijk (wonende aan boord van de aak 'de jonge Maria') door het Kantongerecht van Dordrecht veroordeeld tot een geldboete van 3 gulden en indien niet binnen 2 maanden is betaald een subsidiaire gevangenissstraf van 1 dag.

Arie, van beroep smid, zonder bekende woon- of verblijfplaats is niet verschenen op het proces.
Ondanks de afwezigheid van Arij gaat het proces toch door. De dagvaarding heeft enige tijd op het gebouw gehangen, alwaar het Kantongerecht zitting houdt.
Het proces-verbaal is opgemaakt door Albert den Boer, agent van politie 1e klasse en onbezoldigd Rijksveldwachter en Johannes Sebastiaans van Aken, agent van politie 2e klasse, beiden te Dordrecht op u23 september 1878/u.
Zij hebben geconstateerd, dat Arij in kennelijken staat van dronkenschap aan den Bleijenhoek te Dordrecht was 's avonds om 23.00 uur.

Uitspraak 24 december:
Schuldig. Een geldboete van drie gulden (en de kosten van het geding) en indien niet binnen twee maanden is betaald dan een dag gevangenis.

Waarschijnlijk heeft Arij niets van zich laten horen in de twee maanden na de uitspraak. Hij was vermoedelijk niet eens meer in Dordrecht.
Dat leidde tot een toevoeging aan het dossier van het volgende handgeschreven document:
iIn het jaar 1879 op 13 februari ter requisitie van den heer Ambtenaar van het Openbaar ministerie bij het Kantongerecht te Dordrecht, heb ik Johannes Kronouer, deurwaarder bij het kantongerecht te Dordrecht en aldaar wonende
beteekend
aan Arie Tonnekreek, smid, wiens tegenwoordige woon- of verblijfplaats onbekend is mijn exploitdaeorde bij aanplakking overeenkomstig art 271 van het Wetboek van Strafvordering aan het Rechtsgebouw aan het Steegoversloot te Dordrecht, alwaar het Kantongerecht zitting houdt,
een afschrift van een vonnis door den EdelAchtbaren Heer Kantonrechter zitting houdende te Dordrecht, op den 24 december 1878, bij verstek tegen hem gewezen opdat hij daarvan niet onkundig zoude zijn.
Afschrift dezes en van voormeld vonnis heb ik ten behoeve van den beteekende gelaten.
De kosten zijn fl. 0,90./i 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
83 Arie wordt in de meeste documenten genoemd als tuinder, maar ook als warmoezier (de teler en verkoper van moeskruiden) van den Hoogenband, Arie (I473)
 
84 Arie zit hier de straf voor de diefstal uit. Na enkele weken voorarrest in het Huis van Bewaring wordt hij op 20 juni 1893 overgebracht naar de Strafgevangenis, cf het vonnis van de Arr. Rechtbank 's Gravenhage dd 5 juni 1893.

Bij eerdere straffen wordt vermeld, dat Arij slechts drie maanden eerder gestraft is geweest. Dat klopt niet helemaal.

Ook het signalement is weer een verrassing:
Lengte 1m73, rossig haar en wenkbrauwen, hoog voorhoofd, grijze ogen, grote neus, gewone mond, ronde kin, geen baard, ovaal aangezicht, gezonde kleur.
Bij bijzondere kenmerken wordt wederom vermeld, dat Arij scheel ziet. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
85 Arie's gegevens zijn identiek aan de laatst vorige opname.
Hij is gevangen gezet op 13 sept 1887, wordt veroordeeld tot 5 dgn en zes maanden RWI en wordt op 19 sept ontslagen uit het Huis van Arrest (overgenomen van 1P no 428, overgebracht naar 1H no 373).
Er wordt niet aangegeven naar welk RWI hij wordt gestuurd.

Zijn gedrag tijdens de hechtenis was goed. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
86 Arie, oud 45 jaar, gegageerd Oost-Indisch militiar te Harderwijk is bij vonnis van het Kantongerecht te Harderwijk bij verstek veroordeeld tot een geldboete van 1, subsidiair 1 dag gevangenisstraf, ter zake van openbare dronkenschap. van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
87 Arij (30jr) wordt bij vonnis van de arrond. rechtbank te Brielle ter zake van misbruik van vertrouwen (bestaande uit het verkopen van kleding die hij tegen betaling zou ophalen) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden en een boete van fl. 12,50.

Detail:
Arij (30jr), zonder beroep en wonende te Oude-Tonge is aangeklaagd als volgt:
i"Op den 22st Maart jl. enige kleeding stukken, bestaande in jas, broek, vest en lederen riem, die hij op last van den eigenaar Cornelis Hameter te Achthuijsen tegen een loon van fl. 0,25 moest afhalen bij Martien van der Zwaluw, herbergier, op de Zuidzijde onder den Bommel. Na die van dezen ontvangen te hebben, om ze aan den eigenaar ter hand te stellen, arglistig te hebben verduisterd, daar den jas, het vest en de lederen riem aan Pieter Fluit ende broek aan Johannes Meijs, beiden aan den Kranendijk onder den Bommel, te verkoopen"

/iDe officier van Justitie eist dat beklaagde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en een boete van fl. 12,50 subsidiair bij wanbetaling van de boete binnen 2 maanden na daartoe te zijn aangemaand tot een gevangenisstraf van drie dagen, alsmede de kosten van het geding.

De rechter overweegt e.e.a. waaronder dat hij de kleding op dezelfde dag heeft verkocht aan genoemden voor fl. 1,75. Tevens kwalificeert hij dit als 'misbruik van vertrouwen', hetgeen strafbaar is. Arij heeft zelfs verklaard, dat hij zo 'beschonken' was, dat hij niet wist wat hij deed. Gehoord alle getuigenverklaringen bekent hij schuldig te zijn aan het ten lasten gelegde feit.

Uitspraak:
Arij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 maanden en tot het betalen van een boete van fl. 12,50, bij wanbetaling binnen twee maanden tot een gevangenisstraf van 3 dagen.

Blijkbaar was Arij ten tijde van uitspraak niet meer aanwezig, want de offiicier van justitie te Brielle verzoekt opsporing, aanhouding en opzending. Hij komt in het Politieblad (soort "opsporing verzocht").
Vooralsnog onduidelijk waar hij zijn straf heeft 'uitgezeten'. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
88 Arij (44 jr.) is op 6 juni 's avonds rond 19.30 uur op de Oude Delft in Delft samen met Gijsbertus Pothuizen verbaliseert door Willem Hellingwerf, agent van politie der 2e klasse en onbezoldigd gemeenteveldwachter te Delft. Deze heeft waargenomen, dat Arij i"in kenlijken staat van dronkenschap heeft geloopen langs de openbare straat het Oude Delft te Delft, kenbaar aan zijn slingerende gang, het spreken van onsamenhangende woorden en het rieken naar sterke drank."
/i
Uitspraak op 14 juli 1890:
De rechter veroordeelt hem - bij verstek - tot een boete van n gulden. Mocht hij binnen twee maanden niet hebben betaald, zal deze worden vervangen door een hechtenis van n dag.

De ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Kantongerechten te 's-Gravenhage verzoekt aanhouding en bericht. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
89 Arij dient een verzoek tot vervroegde vrijlating in met nr 174, hetgeen op 28 febr wordt opgezonden naar het Ministerie.

Het advies luidt:
i"Reeds voor de 10e maal verpleegd, is het verzoek zonder overlegging van een bewijs van werkverschaffing niet voor ondersteuning vatbaar."

/iEr komt echter toch een positief antwoord van het ministerie op 21maart 1887 met nr 160 van de 4e afdeling. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
90 Arij dient een verzoek tot vervroegde vrijlating in met nr 287, hetgeen wordt opgezonden naar het ministerie op 22 mrt 1882.

Het advies:
i"Op 15 maart 1880 op tijd ontslagen, is hij ruim ruim zeven maanden buiten de gestichten geweest en met het oog er op zijn gedwongen verblijf in een voor zijn ambacht ongunstig jaargetijde eindigt, wordt in overweging gegeven hem 15 april a.s. te ontslaan.
Indien bij onderzoek zal blijken de bijlage vertrouwen verdient, wordt in overweging gegeven voor ditmaal nog het verzoek toe te staan."
/i
Op dit verzoek werd geen beslissing ontvangen in Ommerschans..... 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
91 Arij dient een verzoek tot vervroegde vrijlating in. Hij doet dat niet via een regulier verzoek, maar met een minute (een brief).
Het advies is onduidelijk.

Er volgt een antwoord van het ministerie op 5 april 1883 met nr 173/4e afdeling. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
92 Arij dient wederom een verzoek tot vervroegde vrijlating in, voor de derde keer dit jaar. Nu met nr 658.

Het advies:
i"Aangezien hij na zijn laatste ontslag circa een jaar buiten de gestichten is gebleven, wordt in overweging gegeven hem te ontslaan 26 maart a.s. of 11 maanden voordat hij daarop aanspraak kan maken."
/i
Met de beschikking dd 6 jan 1881 nr 128 wordt hem vervroegde vrijlating verleend dd 7 maart 1881. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
93 Arij geeft bij zijn verzoek op, dat hij voerman is en als zodanig van april tot aan december 1885 werkzaam is geweest. Echter, door de algehele slapte was hij genoodzaakt opnieuw zijn toevlucht tot Ommerschans te zoeken.
Hij geeft aan, dat zijn verplichte straf loopt tot december van dat jaar, maar dat er dan - in de winter - weinig hoop is om dan werk te krijgen. In het voorjaar schat hij zijn kansen hoger in en verzoekt dan ook, om tegen 1 april aanstaande ontslagen te worden. Hij belooft niets onbeproefd te laten om opnieuw in zijn eigen brood te voorzien. Hij heeft voldoende kleding en reisgeld en is voornemens om naar Harderwijk te gaan.

Uit het overzicht van Ommerschans blijkt, dat Arij fl. 12,40 tegoed heeft aan overwerk en dat zijn eigen bezit fl. 0,10 is.... (particulier geld).
Tevens wordt vermeld, dat hij van 23 tot 26 februari 1886 voor de rechter is geweest in verband met dronkenschap buiten de Gestichten en eveneens van 5 op 6 juli.

De directeur van de Gestichten Ommerschans en Veenhuizen heeft echter zo zijn bedenkingen tegen een tussentijds ontslag. Hij stelt, dat Arij al voor de 10e maal wordt verpleegd en dat het verzoek zonder bewijs van werkverschaffing niet voor ondersteuning vatbaar is.

De minister vam Justitie besluit anders. Hij ziet blijkbaar wel iets in de aangevoerde reden van Arij en machtigt de directeur om Arij op u14 mei 1887/u te ontslaan. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
94 Arij heeft in de nacht van 1 op 2 mei aangeklopt bij het politiebureau van de 5e Sectie en om nachtverblijf gevraagd.
Hij heeft tegenover de commissaris van de sectie verklaard geen vaste woonplaats te hebben en ook geen middelen van bestaan. En ook geen beroep of ambacht uit te oefenen. Hij heeft verzocht te worden opgezonden naar een bedelaarsgesticht.

De agent van politie, Theodorus Johannes Erhardt (29 jr) heeft bovenstaande als getuige verklaard. Tevens heeft hij bij fouillering geen geld of geldwaarde op Arij gevonden.

Arij wordt werderom veroordeeld tot een gevangenzetting van 14 dagen en de kosten van de rechtgang. Na het uitzitten van de straf zal hij worden overgebracht naar een bedelaarsgesticht. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
95 Arij heeft op 12 december 1878 een agent van politie in Amsterdam aangesproken.
Deze heeft het volgende verklaard:
"dat aan den beklaagde op diens verzoek op 12 december j.l. nachtverblijf aan 't bureau 5e sectie is verleend na zijne verklaring, dat hij noch werk noch xxxx noch middelen ten xxxx bezat, terwijl bij fouillering geen geld op hem bevonden werd."

Het is de rechtbank duidelijk, dat Arij in februari van dit jaar ook al een keer is veroordeeld voor lanloperij. Doorgaans maakt men dan korte metten met een herhaling binnen het jaar.

De rechter overweegt echter, dat de armoede van Arij, alsmede de onmogelijkheid om werk te bekomen (ongetwijfeld ivm zijn hartziekte) het wanbedrijf verkleinen.

Uiteindelijk wordt Arij wel veroordeeld, maar "onder verzachtende omstandigheden" tot 'slechts' een gevangenzetting van 14 dagen, de kosten van rechtsgang en na het uiteinde van de straf overbrenging naar een Bedelaars-gesticht. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
96 Arij heeft op 29 november 1867 een aalmoes gevraagd aan de dienstbode Gerietje Spoor (18 jaar) in het huis van dhr. Van Praag te Weesp. Dat werd gezien door de dienaar van Politie in Weesp, Gijsbert Leijenaar (41jr). Beiden treden tijdens de rechtszaak op als getuige.
Arij erkent het misdrijf.

Arij wordt veroordeeld tot 14 dagen hechtenis, de kosten van het gerechtsgeding en na het uiteinde van zijn straf zal hij worden gebracht naar het Bedelaarshuis (of bedelaarsgesticht).

Onduidelijk is wie nu de lengte van het verblijf in het bedelaarsgesticht (wat later Ommerschans bleek te zijn) bepaalt. Bij het vonnis in ieder geval niet.
Het lijkt een overweging te zijn van de directeur van het bedelaarsgesticht of 'de verpleegde' al geschikt was om weer te worden vrijgelaten. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
97 Arij heeft op 3 decmber 1881 een vuilnisbak weggenomen bij Wouter Krakkendam (kandidaat notaris, 31 jr). Hij heeft vervolgens de agent van Politie Barend Willem van Dijk aangesproken en aagegeven, dat hij die prullenbak had gestolen aan de Weesperzijde.
De agent heeft Arij mee naar het bureau genomen, waar Arij aan de commissaris vertrelde, dat hij de laatste tijd had rondgezworven zonder vaste woonplaats en middelen van bestaan. Bij het fouilleren werd ook geen geld of geldwaarde bij hem aangetroffen.

De rechtbank haalt een eerder veroordeling voor bedelarij aan (van 11 dec 1867, 14 jaar geleden....) als verzachtende omstandigheid en noemt het stelen van de vuilnisbak ook een eenvoudige diefstal.
Hoewel de officier van Justitie vraagt om drie maanden celstraf, wordt Arij veroordeeld tot 14 dagen en de kosten van het rechtsgeding. Na de straf zal hij worden overgebracht naar een bedelaarsgesticht. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
98 Arij heeft op 4 mei aangeklopt bij het Politiebureau van de Vijfde Sectie met het verzoek onderdak te krijgen. Er werden geen geld of waardevolle spullen bij hem aangetroffen en hij is vervolgens opgepakt voor landloperij.

Hij wordt wederom veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 dagen en de kosten van het rechtsgeding. Na het uitzitten van zijn straf zal hij worden overgebracht naar een bedelaarsgesticht.

Onbegrijpelijk, dat Arij op verzoek van logementhouder Korff de Gidts op 1 april is vrijgekomen uit Ommerschans, naar Den Haag is vertrokken (en ingeschreven), in april ook nog eens fl. 100,- onderstand ontvangt, kost en inwoning geniet bij het logement en dan 6 weken later in Amsterdam weer wordt opgepakt voor landloperij.... zonder een cent op zak.
Hoe kreeg hij die fl. 100,- op? Dat was voor 25 weken werkloon! Veel drank en hoerenloperij? 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
99 Arij heeft op 5 november 1885 een handkar weggenomen van Abraham van Minden. Van Minden had deze kar al maandenlang verhuurd aan Philip Mok.
Mok woont aan de Mauritskade en daar heeft Arij de kar weggenomen.
Vervolgens is hij daarmee naar Simon Bolle, koopman, gegaan en heeft de kar voor f. 15,- te koop aangeboden. Hij wist, dat dit niet zou werken, want de kar was voorzien van nr 208, zodat de polite een dergelijke kar kon opsporen.
Bolle vertrouwde de zaak niet en vroeg Arij met hem mee te lopen naar het bureau van politie.
Daar gaf Arij aan de kar inderdaad te hebben weggenomen en tevens, dat hij het feit alleen heeft gepleegd om in handen van de politie te komen. Hij erkende de afgelopen tijd te hebben rondgezworden zonder vaste woonplaats en zonder middelen van bestaan.
Hij werd ingesloten.

De rechter heeft het allemaal aangehoord en besluit dat Arij wordt gestraft voor twee vergrijpen, t.w. landloperij en eenvoudige diefstal:
1 maand gevangenisstraf, de kosten van het geding en vervolgens opzending naar een bedelaarsgesticht. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 
100 Arij is aangehouden voor bedelarij en op last van de rechter commissaris in voorlopige aanhouding opgesloten in het Huis van Bewaring.

Op 26 aug werd hij overgebracht naar register 2 nr 820. 
van de Tonnekreek, Arij (I63)
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 22» Volgende»